|
Adres
Bestuur
Nieuws
Geschiedenis




 |
Geschiedenis Stichting het Burgerweeshuis Meppel
Terwijl Lindenhovius, de bejaarde koster van de Ned. Herv. kerk te
Meppel, onder de toren heftig aan de staalkabel trekt, waardoor het
‘braandbellugien’ vanaf de torenkoepel met een vermanend stemmetje den
volke kond doet, dat het reeds tien voor tien is, nadert om de hoek van
de Kruisstraat een soort optocht. Het zijn de verpleegden uit het
Diaconiearmenhuis van de Mallegatsgracht, die ter kerke gaan.
Dit tafereel speelde zich af in de negentiende eeuw. De armenzorg werd
toen voornamelijk door het kerkbestuur van de Nederlands Hervormde kerk
verzorgd.
Geheel tevreden was men hierover niet en dus werd gezocht naar
alternatieven. Op 30 januari van het jaar 1852 werd in het
‘Heeren-Logement’ in Meppel het ‘Algemeen Diaken-Gezelschap der
Hervormde Gemeente te Meppel’ opgericht. In het bijzonder besteedde dit
Gezelschap aandacht aan de uitdeling van levensmiddelen.
In 1862 volgde de volgende stap. Toen werd door een aantal oud-diakenen
van de Nederlandse Hervormde kerk te Meppel een weeshuis opgericht: het
‘Burger Weeshuis voor Protestanten’. Een weeshuis voor een kleine groep
mensen, want alleen zij die f 100,- hadden betaald kwamen in aanmerking
om ‘deelhebber’ te worden. Een weeshuis is er nooit geweest. Wezen waren
er alleen in het begin en dan nog mondjesmaat. De enkele wees die er al
was werd ondergebracht bij gezinnen (dat was toen inmiddels de norm wat
betreft wezenverpleging).
Was het vanwege het geringe draagvlak dat de samenwerking tussen de
voogden en de gemeente Meppel (de opvolger van de Nederlands Hervormde
kerk) reeds aan het eind van de 19e eeuw onder druk kwam te staan? Er
ontstond een strijd die jarenlang zou voortduren. Inzet was een
verbreding van de doelstellingen door ook geld aan liefdadige doelen te
besteden en het vergroten van de doelgroep door ook kinderen van andere
gezindten hulp te kunnen bieden. Gelden werden dan ook reeds vanaf 1914
– zij het incidenteel – in de vorm van leningen ter beschikking van een
aantal liefdadigheidsverenigingen gesteld.
In 1938 bestond het Burgerweeshuis 75 jaar. Dat moest natuurlijk gevierd
worden en deze gedachte werd nog versterkt door: … het heuchelijke feit,
dat dit 75-jarig bestaan samenvalt met de overschreiding van het kwart
millioen aan kapitaal. Uiteraard werd een feestdiner georganiseerd dat
van de penningmeester overigens niet meer mocht kosten dan ƒ100,-.
In het verslag van dit feestdiner dat op 1 april 1938 werd gehouden,
werd voor het eerst gesproken over de dreigende oorlog. De secretaris,
M.C. Boom, beschreef in de notulen een impressie van de toestand in de
wereld: ... opdat zij, die na ons zullen komen en ons werk zullen
voortzetten, zullen weten in welken tijd de toenmalige Voogden leefden.
Hij schreef onder andere: Want deze tijd is een zeer moeilijke en
onevenwichtige tijd; nimmer zullen voogden voor ons en waarschijnlijk
zij die na ons komen zulk een moeilijke tijd hebben doorgemaakt of nog
meemaken. De wereld is uit haar verband geraakt, overal rondom gaan
oorlogsgeruchten. In Spanje vermoordt men elkaar, Italië veroverd
Abessinië, Duitschland nam bezit van Oostenrijk, Japan voert oorlog met
China, Rusland is één grote boevenstaat geworden met elke dag
afslachting van menschen. Frankrijk staat voor een revolutie, alle
landen wapenen zich tot de tanden. In ons land komen op verschillende
plaatsen garnizoenen, de dienstplicht wordt van 4 1/2 maand verlengd tot
11 maanden. De beurs schijnt bezeten. Overal millioenen werkloozen.
Terwijl ik dit schrijf trekt een escader vliegtuigen over onze goede
stad. Het geldt een oefening van de luchtbescherming. Hedenavond moeten
de drie Noordelijke provincies van 9 tot 11 uur in het duister zijn
gehuld. De sirenen hebben geloeid, ten teeken dat de vliegmachines
kwamen. In ons land geldt dit - Gode zij dank - nog slechts een
oefening; in verschillende landen is het werkelijkheid en werpt men de
doodende alles verwoestende bommen naar beneden, die ten doel hebben
menschen en huizen te vernietigen. Gasmaskers worden er bij
tienduizenden gefabriceerd, terwijl in de groote steden en groote
fabrieken onderaardsche vluchtkelders worden aangelegd. En ten midden
van deze Krankzinnige tijd leeft men verder....
Het was echter de Tweede Wereldoorlog die voor een ommekeer zorgde. De
Duitsers dreigden beslag te leggen op het vermogen van deze ‘slapende’
vereniging en dus was het van het grootste belang activiteiten te
ontplooien.
Op 13 augustus 1941, werd dan ook besloten om de volgende verenigingen
met geld te ondersteunen:
- Winterhulp f 250.-
- Groene Kruis f 100.-
- Draagt Elkanders Lasten f 100.-
- Bleekneusjes f 100.-
- Meppeler T.B.C. Vereeniging f 100.-
De rol van het Burgerweeshuis als liefdadigheidsinstelling werd pas in
1948 geformaliseerd.
Op de vergadering van 19 februari 1948 werden nieuwe statuten
vastgesteld, waarvan de belangrijkste wijziging werd dat de belegde
gelden niet meer uitsluitend aangewend behoefden te worden voor de
verzorging van (half)wezen, maar gedeeltelijk konden … worden besteed
aan liefdadige doeleinden, of tot steun van inrichtingen ten algemene
nutte, mits te Meppel gevestigd.
Vanaf dat moment liep het werk van het Burgerweeshuis als Stichting tot
opvang en ondersteuning van wezen en halfwezen ten einde alhoewel er af
en toe noch wel een aantal halfwezen verzorgd werd. Daarentegen ging het
steeds meer een rol spelen als een ‘liefdadigheidsinstelling’ binnen de
gemeente Meppel. Ook de protestantse signatuur van het Burgerweeshuis
werd allengs minder (en verdween geheel in de Statuten van 1990), maar
de relatie met de gemeente Meppel bleef wel bestaan. Tegenwoordig is het Burgerweeshuis een ‘moderne’ stichting. Via een
modern vermogensbeheer wordt het aanwezige kapitaal beheerd en dat maakt
het mogelijk dat aanzienlijke schenkingen kunnen worden gedaan. Uit de
opbrengsten van het vermogensbeheer worden sociale- en culturele
activiteiten die binnen de gemeente Meppel plaats vinden ondersteund.
Onderdeel van de activiteiten van het Burgerweeshuis is tevens de
studiefinanciering waardoor scholieren, kunstenaars en wetenschappers
uit Meppel een aanvullende beurs kunnen krijgen om zich te bekwamen in
een door hen gekozen gebied.
<<<< |